Angststoornis
Wat is een angststoornis?
Een angststoornis is een psychische aandoening die zich uit in aanhoudende angst, spanning en onrust. Het gaat verder dan normale angst en kan je dagelijks functioneren sterk beïnvloeden. Je hebt mogelijk een angststoornis wanneer je gedurende een langere periode last hebt van overmatige angst of zorgen die moeilijk te controleren zijn en niet in verhouding staan tot de situatie.
Deze klachten gaan vaak gepaard met andere symptomen, zoals rusteloosheid, prikkelbaarheid, concentratieproblemen, spierspanning, slaapproblemen en lichamelijke klachten zoals hartkloppingen of een benauwd gevoel. Je lichaam staat als het ware continu ‘aan’, waardoor ontspannen moeilijk wordt. De symptomen zijn dagelijks aanwezig en kunnen je functioneren op sociaal, werkgerelateerd of ander gebied beperken. Zo kun je situaties gaan vermijden, moeite hebben met focussen of sneller overbelast raken. Taken kunnen meer energie kosten en de voortdurende spanning kan je slaap en herstel verstoren.
Een angststoornis kan variëren van mild tot ernstig en kent verschillende vormen. De diagnose wordt gesteld door professionals in de geestelijke gezondheidszorg, zoals psychologen, psychiaters of therapeuten. Met de juiste behandeling is het mogelijk om klachten te verminderen en weer meer rust te ervaren.
Overactief alarmsysteem
Bij een angststoornis staat je brein voortdurend op alert. Het reageert sneller op mogelijke dreiging of spanning, ook zonder duidelijke aanleiding, waardoor je in een staat van paraatheid blijft.
Lichamelijke spanning
Angstklachten uiten zich vaak in voortdurende onrust, piekergedachten en lichamelijke spanning. Je hoofd blijft actief en je lichaam komt moeilijk tot rust, wat het lastig maakt om te ontspannen.
Comorbiditeit
Angststoornissen gaan vaak gepaard met depressieve klachten. Deze comorbiditeit komt veel voor en kan invloed hebben op het verloop en de behandeling van de klachten.
Symptomen van angststoornis (GAS) volgens de DSM-5
- Rusteloosheid: een opgejaagd of gespannen gevoel
- Vermoeidheid: snel moe, weinig energie
- Concentratieproblemen: moeite met focussen of een ‘leeg hoofd’
- Prikkelbaarheid: sneller geïrriteerd of kortaf
- Spierspanning: bijvoorbeeld in nek, schouders of kaak
- Slaapproblemen: moeite met inslapen, doorslapen of onrustige slaap
Let op
Angstklachten kunnen zich geleidelijk opbouwen. Wat begint als spanning of piekeren, kan ongemerkt toenemen en je dagelijks functioneren steeds meer beïnvloeden. Tijdig herkennen en aanpakken kan voorkomen dat klachten zich verdiepen.
Hoe werken de hersenen bij angstoornissen?
Overactief angst- en stresssysteem
Bij een angststoornis functioneren bepaalde systemen in de hersenen anders dan normaal. De communicatie tussen hersengebieden die betrokken zijn bij het signaleren van gevaar en het reguleren van emoties is uit balans. Je brein staat als het ware sneller in de ‘waakstand’. Het reageert eerder en sterker op mogelijke dreiging, ook wanneer er geen direct gevaar is. Hierdoor blijft je lichaam langer in een staat van spanning.
Neurotransmitters zoals serotonine, GABA en noradrenaline spelen hierbij een belangrijke rol. Wanneer de balans hierin verstoord raakt, kan het moeilijker worden om spanning te reguleren en tot rust te komen. Twee belangrijke neurotransmitters, serotonine en dopamine, spelen hierbij een cruciale rol. Bij mensen die hiermee worstelen is de balans van deze stoffen vaak verstoord, wat leidt tot gevoelens van somberheid, verlies van interesse en energiegebrek.
Amygdala en prefrontale cortex
Bij angststoornissen is de amygdala, het hersengebied dat betrokken is bij het signaleren van dreiging, vaak gevoeliger of sneller geactiveerd. Hierdoor worden situaties eerder als spannend of onveilig ervaren, ook wanneer daar objectief geen directe aanleiding voor is. Tegelijkertijd verloopt de regulatie vanuit de prefrontale cortex, die helpt bij het afwegen, relativeren en bijsturen van emoties, minder effectief. Daardoor is het lastiger om angstige gedachten te corrigeren of jezelf gerust te stellen op momenten van spanning.
Ook speelt de hippocampus een rol, onder andere bij het herkennen van context en veiligheid. Wanneer deze processen minder goed functioneren, kan het moeilijker zijn om situaties als veilig te beoordelen, waardoor de angstreactie sneller blijft bestaan. Deze verstoorde samenwerking tussen hersengebieden zorgt ervoor dat angst intenser kan aanvoelen en minder snel afneemt, zowel mentaal als lichamelijk.
De impact van een angststoornis
Angst kan je dagelijks functioneren op verschillende manieren beïnvloeden. Inzicht in deze impact is een belangrijke stap richting herstel en passende behandeling.
Zelfvertrouwen en onzekerheid
Angst kan ervoor zorgen dat je minder op jezelf durft te vertrouwen en vaker twijfelt aan wat je doet of voelt. Hierdoor kan onzekerheid zich versterken.
Werk en studie
Door aanhoudende spanning en piekeren kan concentreren moeilijker worden. Beslissingen nemen kost meer energie en je kunt sneller overbelast raken.
Fysieke gezondheid
Angst heeft ook invloed op je lichaam. Denk aan hartkloppingen, spierspanning, vermoeidheid en slaapproblemen. Je lichaam blijft als het ware ‘aan’ staan.
Sociale contacten
Contact met anderen kan spanning oproepen of meer energie kosten. Je kunt situaties gaan vermijden of je terugtrekken, wat invloed heeft op relaties.
Emoties en energie
Door aanhoudende spanning kun je je sneller overprikkeld voelen. Het kost je meer moeite om tot rust te komen, waardoor je energie sneller afneemt.
Behoefte aan controle
Veel angst draait om het moeilijk kunnen verdragen van onzekerheid. Je probeert grip te houden op gebeurtenissen, maar dat houdt juist de spanning in stand.
Oorzaken en vormen van angststoornissen
Angstklachten ontwikkelen zich meestal geleidelijk. Vaak is er geen duidelijke start of één oorzaak aan te wijzen. In plaats daarvan gaat het om een combinatie van factoren die samen invloed hebben op hoe je brein en lichaam reageren op spanning.
Naast biologische processen spelen ook persoonlijke en psychologische factoren een rol. Hoe je gewend bent om met stress om te gaan, hoe je denkt over onzekerheid en welke ervaringen je hebt opgedaan, kunnen allemaal invloed hebben op het ontstaan van angstklachten. Ook langdurige druk, ingrijpende gebeurtenissen of een periode van overbelasting kunnen bijdragen aan het ontwikkelen van een angststoornis.
Daarnaast is er vaak sprake van een bepaalde gevoeligheid. Sommige mensen reageren van nature sterker op spanning of veranderingen. Erfelijke aanleg kan hierin meespelen, waardoor het ene brein sneller geneigd is om in een staat van alertheid te blijven dan het andere.
Welke vormen kan een angststoornis aannemen?
Binnen de diagnostiek wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende angststoornissen, zoals de gegeneraliseerde angststoornis, paniekstoornis, sociale angststoornis en specifieke fobieën. Elke vorm heeft eigen kenmerken.
Verschillende vormen van angststoornissen
Angst kan zich op verschillende manieren uiten. Waar de één vooral last heeft van voortdurende spanning en piekeren, kan een ander juist te maken krijgen met paniekaanvallen of angst in specifieke situaties.
Gegeneraliseerde angststoornis (GAS)
Bij een gegeneraliseerde angststoornis staat voortdurend piekeren centraal. Je maakt je over veel verschillende dingen zorgen, vaak zonder dat daar een duidelijke aanleiding voor is.
Je hoofd blijft actief en je lichaam voelt gespannen. Ontspannen lukt moeilijk, omdat er altijd wel iets is om over na te denken.
Sociale angststoornis
Bij een sociale angststoornis speelt angst voor beoordeling door anderen een grote rol. Sociale situaties kunnen spanning oproepen, bijvoorbeeld tijdens gesprekken, presentaties of in groepen.
Je kunt bang zijn om iets verkeerd te doen of negatief beoordeeld te worden, wat invloed heeft op hoe je je in contact met anderen voelt.
Paniekstoornis
Een paniekstoornis kenmerkt zich door terugkerende paniekaanvallen. Dit zijn plotselinge, intense momenten van angst die gepaard kunnen gaan met lichamelijke klachten zoals hartkloppingen, benauwdheid of duizeligheid.
Vaak ontstaat er daarnaast angst voor een nieuwe aanval, waardoor je situaties anders gaat beleven of vermijden.
Specifieke fobie
Bij een specifieke fobie is er sprake van een sterke angst voor een specifieke situatie of prikkel. Denk aan vliegen, bloed of injecties, hoogtes, afgesloten ruimtes of bepaalde dieren.
De angst is vaak direct en duidelijk gekoppeld aan iets specifieks en kan leiden tot sterke spanning wanneer je ermee in aanraking komt.
Advies voor naasten en omgeving
Wanneer iemand in je omgeving met angstklachten te maken heeft, kan het lastig zijn om te weten hoe je het beste kunt helpen. Je kunt merken dat je iemand wilt geruststellen of beschermen tegen spanning. Dat is begrijpelijk, maar helpt niet altijd op de lange termijn.
Bij angststoornissen speelt vaak dat het vermijden van spanning of het steeds geruststellen de klachten juist in stand kan houden. Het kan er zelfs voor zorgen dat de angst zich uitbreidt.
Wat wél helpt, is iemand ondersteunen zonder de angst over te nemen. Blijf rustig aanwezig, luister en erken dat de angst echt voelt, zonder deze direct weg te nemen. Moedig kleine stappen aan en geef ruimte om zelf met spanning om te gaan.
Je hoeft niet alles op te lossen of mee te bewegen in de angst. Juist door consequent en rustig te blijven, help je iemand op de lange termijn verder. Twijfel je wat helpend is in zo’n situatie, dan kan het waardevol zijn om hierover advies in te winnen.
Comorbiditeit met depressie
Angststoornissen en depressie komen vaak samen voor. Veel mensen die langdurig last hebben van angstklachten, ontwikkelen daarnaast somberheid, vermoeidheid of een verlies van energie. Andersom kan een depressie ook gepaard gaan met verhoogde spanning en piekergedachten. Deze combinatie wordt ook wel comorbiditeit genoemd. Wanneer angst en depressie samen voorkomen, kunnen de klachten elkaar versterken. Aanhoudende spanning en onrust kunnen leiden tot uitputting, terwijl somberheid het moeilijker maakt om met angst om te gaan. Hierdoor kan het herstel complexer verlopen.
Wanneer behandelen wij angstklachten met rTMS?
rTMS is op dit moment het best onderbouwd voor therapieresistente depressie. Wanneer angstklachten samengaan met een depressie die onvoldoende reageert op eerdere behandelingen, kan rTMS helpen om de hersenactiviteit beter in balans te brengen. We zien dat niet alleen de stemming kan verbeteren, maar ook de ervaren angst en spanning kunnen afnemen. Bij angststoornissen zonder depressieve component is de effectiviteit van rTMS op dit moment minder eenduidig. Wij beoordelen altijd zorgvuldig of jouw klachtenprofiel past bij deze behandeling.
Zet de stap naar herstel
Er is een behandeling die werkt, ook als eerdere therapieën niet genoeg hielpen. Ontdek rTMS of stel een vraag.