Het verschil tussen OCS en OCPS

Wanneer controle en perfectionisme steeds meer ruimte innemen, ontstaat vaak de vraag: waar stopt mijn karakter en waar begint een patroon dat mijn functioneren belemmert? Het antwoord is niet zwart-wit, maar inzicht in het verschil tussen OCS en OCPS kan wel helpen om gerichter hulp te zoeken. In dit artikel leggen we uit wat OCS en OCPS zijn, waarin ze van elkaar verschillen en waarom er tegenwoordig minder wordt gedacht in vaste labels en meer in patronen en functioneren.

 

De essentie van OCS

Naast het feit dat OCS tijdrovend is en het dagelijks functioneren sterk belemmert, draait het bij OCS om angst en onzekerheid. Mensen met OCS (ook wel OCD) krijgen last van opdringerige gedachten, beelden of impulsen. Deze gedachten voelen bedreigend en botsen soms met wie iemand is of wil zijn. Om de spanning die dat oproept te verminderen, ontstaat dwang. Soms zichtbaar door handelingen, maar vaak ook onzichtbaar, in de vorm van mentale dwang zoals piekeren, geruststellen of analyseren. Belangrijk is dat mensen met OCS (en/of omgeving) hun gedachten en gedrag meestal als storend en ongewenst ervaren. Ze weten misschien rationeel dat het niet logisch is, maar het gevoel van urgentie wint het. Bij OCS kan het voelen alsof je brein je voortdurend waarschuwt voor gevaar dat je moet en zal oplossen.

 

Wat is OCPS?

Obessieve-compulsieve persoonlijkheidsstoornis, ook wel OCPS, werkt anders. Het gaat hier om een persoonlijkheidsstijl. In de DSM-5 wordt het geplaatst binnen de persoonlijkheidsstoornissen, maar in de huidige praktijk wordt OCPS steeds vaker gezien als een rigide persoonlijkheidspatroon, waarbij controle en perfectionisme het dagelijks functioneren kunnen beperken.

De DSM-5 beschrijft OCPS aan de hand van een aantal kenmerken die kunnen wijzen op een rigide persoonlijkheidspatroon, waaronder:

  • Overmatige focus op details, regels, lijstjes, schema’s of orde, waardoor het hoofddoel van de activiteit uit het oog wordt verloren.
  • Perfectionisme dat het afronden van taken belemmert, omdat niets ooit goed genoeg voelt.
  • Overmatige toewijding aan werk en productiviteit, ten koste van ontspanning en vriendschappen (niet verklaard door financiële noodzaak).
  • Overdreven nauwgezet en rigide op het gebied van moraliteit, ethiek of waarden (niet cultureel verklaard).
  • Moeite met weggooien van versleten of waardeloze spullen, zelfs zonder emotionele waarde.
  • Moeite met delegeren, tenzij anderen zich exact voegen naar zijn of haar manier van werken.
  • Gierige houding tegenover zichzelf en anderen; geld wordt gezien als iets dat opgespaard moet worden voor toekomstige rampen.
  • Rigiditeit en koppigheid in denken en gedrag.

OCPS is egosyntoon. Dat betekent dat het gedrag en de overtuigingen passen bij het zelfbeeld van de persoon. Mensen met OCPS ervaren hun gedrag vaak als logisch, juist of noodzakelijk. Ze hebben minder het gevoel dat er iets ‘mis’ is met hun manier van denken, eerder dat de wereld slordig, inefficiënt of chaotisch is. De lijdensdruk bij OCPS zit daardoor niet altijd direct bij de persoon zelf. Vaak ontstaat die pas in de wisselwerking met de omgeving. In relaties kan de behoefte aan controle of perfectie spanning geven, zeker wanneer anderen zich gecorrigeerd of beperkt voelen. Op het werk kan dezelfde drang zorgen voor hoge kwaliteit, maar ook voor overbelasting, omdat loslaten en delegeren moeilijk is. Ondertussen stapelt de vermoeidheid zich op, juist omdat ontspanning geen vanzelfsprekende plek heeft en rust vaak pas ‘mag’ als alles af is.

 

Het verschil tussen OCPS en OCS?

De verwarring is begrijpelijk. OCS en OCPS lijken qua naam sterk op elkaar en hebben allebei iets met controle, perfectionisme en dwang te maken. Toch zijn het twee fundamenteel verschillende patronen met een ander onderliggend mechanisme. De kern van het verschil is strijd vs overtuiging. Een van de belangrijkste verschillen zit in hoe iemand zich van binnen voelt. Bij OCS is er een innerlijke strijd. Gedachten voelen indringend en ongewenst. Er is twijfel, angst en schaamte. Bij OCPS is er minder strijd. Het gedrag voelt passend bij wie iemand is. De moeilijkheden ontstaan vaak vooral in relaties en contact met anderen, wanneer de omgeving niet meebeweegt met de hoge standaarden of behoefte aan controle.

Waarom ze door elkaar kunnen worden gehaald

De overlap zit in woorden als controle en perfectionisme. Maar die woorden betekenen iets anders binnen elk patroon. Bij OCS is controle een poging om angst te verminderen. Bij OCPS is controle de actie die voortkomt uit een overtuiging over hoe dingen zouden moeten zijn. Daarnaast herkennen veel mensen zich eerst in het label OCS, omdat OCPS minder bekend is en vaak wordt gezien als ‘gewoon een karaktertrek’. Dat maakt het lastiger om hulp te krijgen.

Wordt OCPS nog gediagnosticeerd?

OCPS kan formeel nog steeds worden gediagnosticeerd, omdat het in de DSM-5-TR wordt beschreven. In de praktijk gebeurt dit terughoudender dan vroeger. Hulpverleners kijken tegenwoordig minder naar het plakken van een label en meer naar hoe iemands persoonlijkheidspatronen het dagelijks functioneren beïnvloeden. Vaak wordt daarom gesproken over OCPS-kenmerken of een rigide persoonlijkheidspatroon, in plaats van een vaste diagnose. Een officiële OCPS-diagnose wordt meestal alleen gesteld wanneer het patroon langdurig en uitgesproken is en het label daadwerkelijk helpt om richting te geven aan de behandeling.

Wat betekent dit voor de behandeling?

Hoewel OCS en OCPS verschillende mechanismen kennen, overlappen behandeldoelen soms, zoals het vergroten van flexibiliteit en het leren verdragen van onzekerheid. Bij OCS ligt de focus vaak op het leren verdragen van onzekerheid en het stoppen met dwang (handelingen of obsessieve gedachten). Bij OCPS ligt de focus meer op flexibiliteit, bewustwording en het onderzoeken van overtuigingen over controle, perfectie en waarde. Dat is vaak een langduriger proces, omdat het diep verweven is met iemands persoonlijkheid.

En als je jezelf in allebei een beetje herkent?

Dat komt vaak voor. Kenmerken kunnen overlappen. Het gaat er niet om in welk hokje je past, maar om wat jou belemmert en waar je vastloopt. Een goede professional kijkt daarom niet alleen naar labels, maar naar patronen, beleving en lijdensdruk. Niet om jezelf vast te zetten in een diagnose, maar om te begrijpen waarom je doet wat je doet en welke hulp daar het beste bij past.

Misschien ook interessant

Wanneer controle en perfectionisme steeds meer ruimte innemen, ontstaat vaak de vraag: waar stopt mijn karakter en waar begint een patroon dat mijn functioneren belemmert? Lees het verschil tussen OCS en OCPS, en waarom er nu minder wordt gedacht in labels en meer in patronen en functioneren.
De dag is net begonnen, een dag vol taken die je al had moeten afronden, je omgeving is rommelig, je hoofd zit vol, je voelt vanalles en je lichaam is uitgeput. Je denkt aan alles wat je moet, maakt het behapbaar, maar starten lukt niet. Dat kan gebeuren als je ontregeld bent geraakt.
Stress laat sporen na. Niet alleen mentaal, maar ook in je brein. Veel mensen merken dat ze zich sneller overprikkeld, vermoeid, somber of juist afgevlakt voelen na een periode van stress. Concentreren kost meer moeite, emoties voelen zwaarder en herstellen lijkt langer te duren dan normaal.
Iedereen begint met goede voornemens vol motivatie. “Dit jaar wordt anders”, dit jaar ga je het echt doen, dit jaar houd je het vol. Maar ergens in februari, soms al eind januari, glipt de discipline weg. Lees waarom voornemens mislukken en hoe je op een haalbare manier toch kunt veranderen.