Dwangstoornis
Wat is een dwangstoornis?
Een dwangstoornis (obsessieve-compulsieve stoornis, OCS) is een psychische aandoening die wordt gekenmerkt door opdringende, ongewenste dwanggedachten (obsessies) en/of het moeten uitvoeren van repetitieve dwanghandelingen (compulsies) om angst te verminderen, wat veel tijd kost. Je spreekt van een dwangstoornis wanneer deze gedachten en handelingen een groot deel van de dag in beslag nemen, moeilijk te onderdrukken zijn en het dagelijks functioneren ernstig belemmert.
OCS kan zich uiten in problemen op sociaal vlak, op het werk of in het gezin. Taken kunnen veel tijd en energie kosten, doordat ze steeds opnieuw gecontroleerd of op een specifieke manier uitgevoerd moeten worden. Ook kan de voortdurende spanning leiden tot vermoeidheid, concentratieproblemen en gevoelens van schaamte of schuld. OCS kan worden vastgesteld en behandeld door professionals binnen de geestelijke gezondheidszorg, zoals psychologen en psychiaters.
Neurologisch
Bij OCS zijn hersennetwerken betrokken die te maken hebben met angst, controle en foutdetectie die overactief raken, waardoor dwanggedachten en dwanghandelingen blijven terugkeren.
Behandelbaar
Veel mensen verbeteren met gespecialiseerde therapie, soms in combinatie met medicatie. Als dit onvoldoende helpt, zijn er aanvullende behandelopties.
Comorbiditeit
OCS gaat vaak samen met depressie, angst of perfectionisme. Vaak beginnen de klachten in de kindertijd of adolescentie, maar behandeling volgt soms pas jaren later.
Symptomen van een dwangstoornis volgens de DSM-5
Obsessies zijn terugkerende en aanhoudende gedachten, impulsen of beelden die als opdringerig en ongewenst worden ervaren en bij de meeste mensen duidelijke angst of lijdensdruk veroorzaken. De persoon probeert deze gedachten, impulsen of beelden te negeren, te onderdrukken of te neutraliseren, bijvoorbeeld door het uitvoeren van een dwanghandeling.
Dwanghandelingen bestaan uit herhaald gedrag of mentale handelingen waartoe iemand zich gedwongen voelt als reactie op een obsessie of volgens strenge regels. Deze handelingen zijn bedoeld om angst of spanning te verminderen of om iets naars te voorkomen, maar staan vaak niet in verhouding tot het daadwerkelijke risico of zijn duidelijk overdreven.
Veel mensen met OCS hebben disfunctionele overtuigingen. Deze overtuigingen kunnen onder andere bestaan uit een overdreven verantwoordelijkheidsgevoel, de neiging om dreiging te overschatten, perfectionisme en intolerantie voor onzekerheid. Ze kunnen overmatig belang hechten aan gedachten en de behoefte voelen om gedachten te beheersen.
Let op
Als je gedachten hebt over zelfmoord of plannen maakt om jezelf pijn doen, zoek dan onmiddellijk hulp. Bel 113 Zelfmoordpreventie, neem contact op met de crisisdienst of ga naar de spoedeisende hulp.
Obsessies
Ongewenste, terugkerende gedachten, beelden of impulsen die indringend en moeilijk te negeren zijn.
Besmettingsangst
Intense angst voor bacteriën, vuil, virussen of ziektes die kunnen leiden tot vermijdingsgedrag.
Twijfel en controle
Blijvende twijfel over of je iets wel hebt gedaan (deur op slot, gas uit, etc.).
Symmetrie en ordening
Ongewenste gedachten
Schokkende of verontrustende gedachten van seksuele, gewelddadige of religieuze aard.
Compulsies
Herhalend gedrag of mentale handelingen die slechts een tijdelijke verlichting geven.
Wassen en reinigen
Excessief handen wassen, douchen of schoonmaken, vaak tot het pijn doet of huid beschadigd raakt.
Controleren
Herhaaldelijk controleren van sloten, apparaten, of andere dingen, soms tientallen keren
Tellen en herhalingen
Mentale rituelen
Onzichtbare handelingen zoals mentaal bidden, woorden herhalen of ‘slechte’ gedachten neutraliseren.
Hoe werken hersenen bij een dwangstoornis?
Verstoorde communicatie tussen hersengebieden
Bij OCS is er een verstoring in de communicatie tussen verschillende hersengebieden die verantwoordelijk zijn voor gedachten, emoties en gedrag. De orbitofrontale cortex, die betrokken is bij het verwerken van onzekerheid en het nemen van beslissingen, is vaak overactief.
Dit leidt tot obsessieve gedachten, zoals angst over bepaalde handelingen of situaties. Tegelijkertijd is de caudate nucleus, die helpt bij het reguleren van gewoonten en het onderdrukken van automatisch gedrag, vaak minder effectief.
Hierdoor hebben de hersenen moeite hebben om onbelangrijke signalen van belangrijke te onderscheiden. De amygdala, die emoties zoals angst verwerkt, is vaak ook hyperactief, wat de angst en de dwanggedachten versterkt.
Hersenchemie en verminderde zelfcontrole
De verminderde activiteit van de prefrontale cortex, verantwoordelijk voor zelfcontrole en besluitvorming, maakt het moeilijk om dwanggedachten te onderdrukken en dwanghandelingen te stoppen.
Een verstoorde serotoninebalans versterkt herhalende gedachten en gedragingen, terwijl een disbalans in dopamine het dwangmatige gedrag aanwakkert. Dit zorgt voor een vicieuze cirkel van obsessies en dwanghandelingen die moeilijk te doorbreken is.
De impact van een dwangstoornis
OCS kan het dagelijks leven ernstig verstoren. Mensen kunnen uren per dag kwijt zijn aan hun rituelen, waardoor werk, school en sociale contacten lijden. De constante angst en dwang zijn mentaal uitputtend en kunnen leiden tot depressie en isolatie.
Persoonlijk leven
Je zelfbeeld kan onder druk staan. Je kunt het idee hebben dat je ‘niet normaal’ bent of dat je jezelf niet kunt vertrouwen. Schaamte en zelfkritiek komen vaak voor.
Werk en studie
Dwanggedachten veroorzaken aanhoudende twijfel en onderbreken de concentratie. Door controleren en herhalen kosten taken meer tijd en energie.
Fysieke gezondheid
Langdurige spanning en stress kunnen zich uiten in lichamelijke klachten, zoals vermoeidheid, hoofdpijn, slaapproblemen of een constante lichamelijke onrust.
Sociale contacten
Dwang kan relaties onder druk zetten. Je kunt situaties gaan vermijden en de angst voor oordeel kan ervoor zorgen dat je je terugtrekt of eenzaam voelt.
Emoties en energie
De constante strijd met gedachten en rituelen kost energie. Angst, onrust en twijfel overheersen, waardoor ontspanning en plezier steeds moeilijker wordt.
Controle en zekerheid
Een dwangstoornis draait vaak om de behoefte aan absolute zekerheid. Twijfel wordt moeilijk te verdragen, waardoor je blijft controleren, herhalen of nadenken.
Oorzaken van OCS
In het brein is er sprake van een verstoring in de communicatie tussen verschillende hersengebieden, met name tussen de prefrontale cortex, de basale ganglia en de amygdala. Deze gebieden zijn betrokken bij controle, dreigingsdetectie en het stoppen van gedrag. Bij OCS werken deze rem- en controlesystemen minder effectief, waardoor gedachten en impulsen blijven “vastlopen”.
Daarnaast spelen neurotransmitters zoals serotonine een rol in het reguleren van angst en dwang, waarbij een disbalans kan bijdragen aan het ontstaan van klachten. Erfelijkheid verhoogt de kwetsbaarheid voor OCS. Psychologische factoren, zoals perfectionisme, een sterke behoefte aan controle of moeite met onzekerheid, kunnen de klachten versterken.
Ook stressvolle of ingrijpende gebeurtenissen kunnen een uitlokkende rol spelen, vooral bij mensen die hier al gevoelig voor zijn. OCS is daarmee geen kwestie van karakter of wilskracht, maar het gevolg van een ontregeld samenspel tussen brein, gedrag en omgeving.
Een dwangstoornis en depressie komen vaak samen voor
Het voortdurend omgaan met dwanggedachten en -handelingen kost veel energie en kan leiden tot gevoelens van uitputting, hopeloosheid en somberheid. Tegelijkertijd kan een depressie de dwangklachten versterken, doordat motivatie, veerkracht en emotieregulatie afnemen. Deze wisselwerking zorgt ervoor dat klachten elkaar in stand kunnen houden. Daarom is het belangrijk om bij behandeling oog te hebben voor beide aandoeningen en hun onderlinge invloed.
Zet de eerste stap naar herstel
Er is een behandeling die werkt, ook als eerdere therapieën niet genoeg hielpen. Ontdek rTMS of stel een vraag.