Stoppen met piekeren

Wilt u stoppen met piekeren? Malen in uw hoofd, woelen in bed – piekeren kost veel energie. Toch bestaat er ook zoiets als ‘goed piekeren’, zegt hoogleraar Ad Kerkhof. Ad Kerkhof is psycholoog, hoogleraar klinische psychologie en schrijver van de bestseller ‘Piekeren’. En daar kunt u wel degelijk uw probleem mee oplossen. 

Slecht en goed piekeren

“Stop met dat getob,” aldus de missie van hoogleraar Ad Kerkhof. Zijn overtuiging: denken leidt tot oplossingen, piekeren tot niets. En hiermee bedoelt hij op ‘slecht piekeren’ – het herkauwen van zaken waar niks (meer) aan te doen is. Rumineren, heet dit in de psychologie: het herhaaldelijk langdurig denken over uw gedachten en gevoelens. Gelukkig bestaat ‘goed piekeren’ ook: u kortstondig zorgen maken over de toekomst. En dat kan best nuttig zijn, want het zet aan tot actie. Zo kan de angst voor afwijzing leiden tot een goede voorbereiding, bijvoorbeeld op een sollicitatiegesprek. Kerkhof: “Piekergedachten ontstaan doordat iemand zich bedreigd voelt door een probleem. Als u door piekeren tot een oplossing komt, is het een vorm van zelfbescherming. Maar doet u dit te vaak, dan wordt zelfbescherming een zelfkwelling.”

Oplossingsgericht te werk gaan

Piekeren zou dus kortdurend en oplossingsgericht moeten zijn. “Een dagelijks piekerkwartier werkt daarom goed,” zegt Kerkhof. “Het is beter tobgedachten niet toe te staan, maar ze uit te stellen tot maximaal twee keer een kwartier per dag. In die tijd gaat u bewust ’tobben’. Dat klinkt geforceerd, maar onderzoek toont aan dat het werkt.” Zo’n piekerkwartier voorkomt dat u de hele dag – of zelfs nacht – zoet bent met malende gedachten. Want dat constante gepieker vreet energie, weet Kerkhof. “Wie steeds meer denkt aan alles wat er kan misgaan, voelt zich constant bedreigd. Het lichaam is dan steeds hyperalert om zich te wapenen tegen mogelijk gevaar.”

Gedachten omzetten in actie, dat maakt in essentie een einde aan het getob. Kerkhof: “Wie piekert, doe in feite niks. Of zoals Dr. Phil het ooit zo mooi zei: “Piekeren is net als schommelen. U gaat wel heen en weer, maar u komt niet van uw plaats.”

Wanneer moet u stoppen met piekeren?

Piekeren wordt een probleem als:

  • U er wakker van ligt. “Nachtelijk malen in bed leidt tot een groeiend gevoel van ellende,” zegt Kerkhof. “En zelden tot een oplossing, aangezien we ’s nachts niet helder denken.”
  • Het u een slechter gevoel geeft. Goed tobben geeft het gevoel dat het antwoord dichtbij is gekomen. Bij slecht malen en tobben ziet u juist meer hindernissen. Gedachten zijn dan een negatieve herhaling van zetten. Voor u het weet gaat u zelfs piekeren over al dat gepieker!
  • Uw omgeving geïrriteerd raakt. Wanneer andere mensen zich aan uw ‘geklaag’ beginnen te storen, zit er geen voortgang (meer) in het getob. Wees open over negatieve gedachten en durf om hulp te vragen.

Merkt u dat het gepieker overgaat in stress, een depressief gevoel of zelfs obsessief gedrag? Neem dan contact op met de specialisten van rTMS International.

Hoe kunt u stoppen met piekeren?

Zoals Kerkhof al aangaf, is doelgericht piekeren een oplossing. Plan tijd in om te piekeren, en probeer in een kwartier tijd uw bedreigingen te benoemen en een daarbijbehorende actie. Zo pakt u de problemen bij de bron aan en voorkomt u overmatig gepieker. Ga na of u controle heeft over hetgeen waar u over piekert, is dat het geval, dan kunt u stappen zetten om de bedreiging te voorkomen.

Actie is altijd beter dan inactie. Zorg dat u bezig blijft en niet te lang stilzit. Merkt u dat u “slecht piekert”, probeer dan op zulke momenten een wandeling te nemen, of andere rustgevende activiteiten waarbij u uw aandacht op iets anders focust.

 

Bron: Psychologie Magazine

Misschien ook interessant

Veel klachten die bij een depressie horen, kunnen ook samenhangen met hormonale ontregeling. Is er dan sprake van een depressie, of spelen hormonen een rol? Of is het een wisselwerking?
Het klinkt zo simpel. “Zeg het gewoon.” Maar als het mentaal niet goed gaat, is juist dát vaak het moeilijkste wat er is. Toch kan het moment komen waarop je voelt: ik trek dit niet meer alleen. Hoe pak je dat dan aan?
Soms zit alles gewoon even tegen. Niet door één gebeurtenis, maar meerdere dingen die zich opstapelen. Voor mensen met depressie kan zo’n periode extra hard aankomen. Niet alleen door wat er gebeurt, maar ook door wat het in gang zet. Dus wat doe je als het leven even tegenzit?
Wanneer controle en perfectionisme steeds meer ruimte innemen, ontstaat vaak de vraag: waar stopt mijn karakter en waar begint een patroon dat mijn functioneren belemmert? Lees het verschil tussen OCS en OCPS, en waarom er nu minder wordt gedacht in labels en meer in patronen en functioneren.
De dag is net begonnen, een dag vol taken die je al had moeten afronden, je omgeving is rommelig, je hoofd zit vol, je voelt vanalles en je lichaam is uitgeput. Je denkt aan alles wat je moet, maakt het behapbaar, maar starten lukt niet. Dat kan gebeuren als je ontregeld bent geraakt.
Stress laat sporen na. Niet alleen mentaal, maar ook in je brein. Veel mensen merken dat ze zich sneller overprikkeld, vermoeid, somber of juist afgevlakt voelen na een periode van stress. Concentreren kost meer moeite, emoties voelen zwaarder en herstellen lijkt langer te duren dan normaal.
Iedereen begint met goede voornemens vol motivatie. “Dit jaar wordt anders”, dit jaar ga je het echt doen, dit jaar houd je het vol. Maar ergens in februari, soms al eind januari, glipt de discipline weg. Lees waarom voornemens mislukken en hoe je op een haalbare manier toch kunt veranderen.